Voor het eerst naar een eetstoorniskliniek
2019

In Mijn eetstoornis(sen) vertel ik over mijn nogal uit de hand gelopen eetstoorniscarrière en dat ik al zolang met verschillende eetstoornissen leef, dat ik eigenlijk niet beter weet. Mijn eetstoornis begon al toen ik 8 was, maar de echte diagnose kreeg ik pas op mijn 20e, toen de eetstoornis eigenlijk al jarenlang mijn leven had overgenomen.
Hier ga je lezen over hoe ik voor het eerst in een eetstoorniskliniek terecht kwam, mijn eerste diagnose en gekke, confronterende ervaringen tijdens de therapie.

Ik ging zélf naar de huisarts
Ik had weer eetbuien die ervoor zorgde dat ik weer aankwam. Ik voelde me vreselijk en ik wilde ervan af. Maar hoe hard ik mijn best ook deed, het lukte me niet. Ik voelde me zo zwak en waardeloos. Ik schaamde me dood en praatte er ook met niemand over. Het was mijn geheim. Maar ik was als de dood dat ik weer dik zou worden en dus ging ik naar de huisarts met het verhaal dat ik van mijn eetbuien af wilde. Niets aan gelogen toch? Dat ik daarnaast ook op verschillende manieren compenseerde liet ik achterwegen. En ook dat ik knettergek werd van mijn hoofd die de hele dag alles aan het berekenen was. Wel vertelde ik trots dat ik heel gezond at en precies wist welke voedingsstoffen waar inzaten. Ik vertelde dat ik 'regelmatig' bewoog, (lees; 85 uur per week) maar baalde dat ik toch aankwam.

De huisarts verwees mij door naar de POH (praktijkondersteuner). Met de POH had ik vele gesprekken, om zo mijn problemen in kaart te brengen. Na een paar weken en overleg met de huisarts vertelde ze dat ze dacht dat ik misschien wel een eetstoornis zou kunnen hebben. Ik een eetstoornis? Anorexia dus? Dan ben je toch heel dun en eet je niet? En ik eet wel, ik eet juist heel gezond! Oh ja, en ik propte mezelf dwangmatig vol tot ik niet meer kon lopen. Ik was zwak en had geen controle. En het ergste was nog wel, ik deed het zelf, dus het was mijn eigen schuld. Ik was gewoon een dik zwijn die zichzelf niet in bedwang kon houden.
Ik wist niets van eetstoornissen en dus ook niet dat er meerdere soorten eetstoornissen zijn. Én dat je aan merendeel van de mensen met een eetstoornis niet kan zien dat ze een eetstoornis hebben. De meeste mensen hebben een normaal gewicht. Net zoals ik toen had. Het grootste gedeelte van mijn eetstoornisleven heb ik een normaal gewicht gehad, maar was ik (in mijn hoofd) zo ziek al wat. Het was alleen niet zichtbaar aan de buitenkant en daarom onzichtbaar voor de buitenwereld. Waardoor ik er zoveel jaar mee rond heb gelopen.
Met tegenzin werd ik aangemeld bij een eetstoorniskliniek, maar de wachttijd liep op tot 8 maanden. Om die tijd te overbruggen bleef ik wekelijks gesprekken houden bij de POH en ben ik een paar keer bij een diëtiste geweest. Een diëtiste die gespecialiseerd was in kinderen met een eetstoornis. Fantastisch, met haar kon ik het vinden! Ik was dan misschien wel nieuw in eetstoornisland, ik was niet achterlijk. En het feit dat ze tegen me praatte alsof ik een meisje van 12 was zorgde ervoor dat ik na een paar keer niet meer ging. Ik had er toch niets aan, vond ik. Tenslotte was ik niet dun, dus ik vond dat ik nog steeds geen eetstoornis had.
"Het grootste gedeelte van mijn eetstoornisleven heb ik een normaal gewicht gehad, maar was ik (in mijn hoofd) zo ziek al wat."

Intake in de kliniek en diagnose
In oktober 2019 mocht ik op intake komen en had ik een diagnostisch onderzoek. Deze dag zal ik nooit vergeten. Ik bleef ontkennen dat ik een eetstoornis zou kunnen hebben. Maar de behandelaar confronteerde mij met mijn gedrag en legde uit dat dit typisch gedrag is wat bij een eetstoornis hoort. Ik kreeg de diagnose Boulima Nervosa, ernstig.
De eetstoornis zonder ruggengraat
(boulimia-kort-door-de-bocht-uitgelegd)
Geweldig. Van alle eetstoornissen die er zijn, kreeg ik deze. Boulimia. De eetstoornis zonder ruggengraat. Als je anorexia hebt ben je sterk, heb je controle en discipline. Heb je boulimia dan ben je zwak, vies en vet. Kun je jezelf niet in bedwang houden en prop je jezelf dwangmatig vol met taarten, pizza's, repen chocola en zakken chips. Waarna je je vervolgens zo schuldig, dik en waardeloos voelt dat je alle toeters en bellen uit de kast haalt om al dat eten z.s.m. weer kwijt te raken. Aldus hoe een boulimia patiënt zichzelf vergelijkt met een anorect.
Een stroopwafel des doods..?
Ik zou 2 dagen in de week groepstherapie gaan volgen. Ik kreeg uitleg over de therapie en hoe zo'n dag er dan uit zou gaan zien. Wat de behandelaar vertelde over de therapie-onderdelen ging langs mij heen, maar op het moment dat ze vertelde dat iedere week een van de patiënten moest zorgen voor een tussendoortje voor de groep, en dat we die dan gezamenlijk op moesten eten, gingen mijn oren open.
Ze vertelde dat het tussendoortje iets moest zijn waar diegene moeite mee had. Het kon dus van alles zijn. Vorige week had iemand stroopwafels meegenomen vertelde ze. Ik voelde de paniek opkomen en voor ik het wist zat ik luidruchtig te huilen. Dit was raar, ik voelde me raar. Ik zou misschien wel een stroopwafel moeten eten... Dat wilde ik niet! Dat kon écht niet. Ik was nú al bezig met manieren bedenken om onder die stroopwafel (die nog helemaal niet gepland stond om te eten) uit te komen. En trouwens, ze konden me toch net verplichten?! Ik was helemaal overstuur en de spanning en angst waren torenhoog. Ik voelde me zo stom, zat ik nou te huilen om een stroopwafel? Dit is echt achterlijk! Ik ben achterlijk...Waarom voelt het alsof er net gezegd is dat ik van een gebouw af moet springen?

"Ik voelde me zo stom, zat ik nou te huilen om een stroopwafel?"
Dit intakegesprek zal ik nooit vergeten
Naast dat ik verbaasd was over mijn eigen reactie, was het heel erg confronterend... Was er dan misschien toch iets aan de hand? Had ik dan toch misschien wel een klein beetje een eetstoornis? Want waarom moet ik zo janken om een stroopwafel? Ik lijk wel een kleuter.
De behandelaar legde me uit dat mijn reactie begrijpelijk was voor iemand met een eetstoornis. Dat als je iets moest eten wat je eigenlijk niet durfde, het zou voelen alsof je de controle kwijt was. Dat je je achteraf heel erg schuldig kon voelen en alleen maar bezig was met hoe je het zo snel mogelijk weer kwijt kon raken. Dat de angst die je ervoer niet betekende dat je bang was voor die stroopwafel, maar voor de gevolgen ervan. De gedachten en het gevoel die het op zou roepen. Het gevoel van falen, niets waard zijn en niets kunnen. Huh, en waar was nou die stroopwafel in het verhaal dan? Ze begint ineens over gevoel enzo... Ik snapte er niet veel van, maar ik herkende veel van wat ze zei.
Langzaamaan begon ik in te zien dat er dus wél echt iets met me aan de hand was. Ik stond nog helemaal onderaan de ladder van de GGZ, maar toen ik hoorde dat ik andere meiden zou gaan ontmoeten met dezelfde problemen als ik, voelde het als een opluchting. Ik was niet de enige die zich o.a. dwangmatig volpropte. Ik was niet de enige die raar was en de hele dag aan eten en niet eten dacht. En er was een naam voor hetgeen waar ik al jaren mee rondliep. Het was écht iets, iets erkends.
"Had ik dan toch misschien wel een klein beetje een eetstoornis?"
Welkom in de Boulimia groep (originele naam, hè..?)

Een paar weken later kon ik starten. Ik kwam in een groep met 6 andere meiden. Meiden waaraan je niets geks zag. Maar wel stuk voor stuk een enorme eetstoornis. Ik voelde me ongemakkelijk en een voor een werd iedereen gekeurd door mijn eetstoornis. Geen ondergewicht, geen uitstekende botten of bleke doffe huid, zoals je op tv ziet. Was ik wel op het goede adres? Dit was toch in een eetstoorniskliniek? Er was niets aan mijn groepsgenoten op te merken, maar een ding wist ik wel: ik was de dikste.
De tafels waar we aan zaten stonden in een groot vierkant, zodat iedereen elkaar kon zien. Een soort vergadering leek het. De twee die de vergadering leidde, twee therapeuten, waarvan een ook diëtist, zaten naast elkaar. Er werd een voorstelrondje gedaan en er werd het een en ander uitgelegd. Eigenlijk zat ik alleen maar met mijn hoofd bij het nog onbekende tussendoortje wat ik straks zou moeten gaan eten. Al dagen zat het in mijn hoofd. Ik moest iets gaan eten wat ik niet zelf gekozen had en grote kans dat het nog iets ongezonds was ook. Want fruit of een 'light reep' mocht niet. Met die gedachten begon ik dus een paar dagen voor mijn eerste therapiedag al met compenseren. Ik wist niet wat het tussendoortje zou zijn, maar alsnog was ik doodsbang. Wat als ik moest huilen? Ik zou me doodschamen. En wat als het echt niet lukte? Kreeg ik dan straf of moest ik dan weg? Ze konden moeilijk met een mes op mijn keel gaan staan toch…
Mijn eerste tussendoortje in de groep

Inmiddels was het tijd voor het tussendoortje. De laatste keer dat ik iets gegeten had wat ik niet zelf had gekozen of gemaakt, was jaren geleden. Ik had altijd zelf de controle en week niet af van mijn eetplan. Alleen met eetbuien... Dan kende ik geen regels en had ik geen rem. Een van de meiden zette haar tas op tafel en haalde er een grote zak pepernoten uit. Wat een geluk, het was november en dus pepernotentijd. Top! En een kilo zak. EEN KILO! Daarnaast, ik had vaak genoeg pepernoten 'gebinged' en dus was dit een enorme trigger.
Diegene die het tussendoortje mee had genomen moest erbij vertellen waarom ze hiervoor had gekozen en waarom het voor haar moeilijk product was. Mijn groepsgenoot vertelde dat ze tijdens het studeren heel vaak eetbuien had en dan zakken pepernoten weg at.

Daardoor was het nu heel moeilijk om 'gewoon' een paar pepernoten te eten, omdat het altijd een trigger was en eetbuien uit kon lokken. Interessant vond ik het, wat ze vertelde. Maar vooral herkenbaar. En dat was gek. Er waren nog meer meiden die het herkende en ineens voelde ik me niet meer alleen. Ik was niet de enige die na het eten van 1 chocolaatje gelijk vond dat alles verpest was, en dus de hele zak maar naar binnen propte. Niet omdat ik het wilde, maar omdat het moest. 1 koekje kon er al voor zorgen dat ik me later die dag verloor in een eetbui, omdat ik op dát moment het koekje niet 'mocht.' De rest van de dag kon ik me dan heel goed inhouden, omdat ik wist: vanavond kan ik losgaan.

Een KILO pepernoten dus...
Goed, de pepernoten moesten verdeeld worden en iedereen zou een portie krijgen. Maar wat was een portie? Hoe zag een normale portie eruit? Een van de therapeuten die vertelde dat een portie voor iedereen anders kon zijn, maar het over het algemeen ongeveer één handje was. Iedereen had er moeite mee om in te schatten hoeveel pepernoten ze moesten pakken en dus haalde de diëtiste kartonnen bekertjes. Iedereen kreeg een bekertje die we moesten vullen met pepernoten tot net over de helft. Op zich best een redelijke hoeveelheid. Voor zover ik dat kon inschatten. Maar naast de hoeveelheid die wij als boulimia patiënten weg konden eten tijdens een eetbui was het niets.

Alle meiden begonnen aan de pepernoten en ik probeerde onopvallend rond te kijken hoe ze dat deden. De ene had er meer moeite mee dan de ander. Sommige aten de pepernoten op alsof het niets was. Een meisje spreidde de pepernoten uit op tafel en al tellende deed ze ze een voor een terug in het bekertje. Ik pakte, nadat ik eerst met grote ogen naar het bekertje had gestaard, ook een pepernoot en stopte hem in mijn mond. Gewoon een pepernoot, niets speciaals, maar wel met een enorme belading. Als ik nu gewoon géén pepernoten at, kon het ook niet triggeren. (Of in ieder geval minder). Maar een regel was dat je niet naar het volgende therapie-onderdeel mocht, voordat je het tussendoortje op had. De tranen prikte in mijn ogen en ik werd overspoeld door het gevoel van controleverlies. De angst om door te slaan, niet te weten hoeveel calorieën ik hiermee binnenkreeg, de drang om te compenseren en het intense schuldgevoel.
Een voor een liepen de meiden de therapieruimte uit. Ik bleef samen met een ander meisje en de twee therapeuten over. Ondertussen had ik een paar pepernoten verstopt in mijn andere kartonnen bekertje waar thee in had gezeten, het andere bekertje met pepernoten had ik er bovenop gezet. Niemand die het zag en zo kon ik ze onopgemerkt weggooien straks. Mijn groepsgenoot stopte snel de laatste pepernoten in haar mond en vertrok ook. Ik kreeg de vraag wat de reden was dat ik het moeilijk vond, maar ik durfde het eigenlijk niet te zeggen. "Het is je eerste dag, die is altijd lastig. Voor deze keer mag je je tussendoortje meenemen naar de volgende therapie, maar alleen als je beloofd dat je ze echt opeet." "Goed" zei ik en opgelucht, maar verbaast over mijzelf stond ik op en liep ook de ruimte uit. Met de 2 twee in elkaar gestapelde bekertjes. Met de helft van de pepernoten tussen de twee bekertjes in en de andere helft in het bovenste bekertje. Eenmaal uit het zicht van de therapeuten stopte ik het bekertje snel in mijn tas. Durf ik ze weg te gooien of zal ik ze bewaren voor een eetbui?
"De angst om door te slaan, niet te weten hoeveel calorieën ik hiermee binnenkreeg, de drang om te compenseren en het intense schuldgevoel."
Ik werd wéér geconfronteerd met mijn gedrag

Deze pepernotenervaring was confronterend geweest. Mijn trucjes om de pepernoten weg te sjoemelen waren échte eetstoornistrucjes. Eten wegstoppen in broekzakken of sjaals, 'perongeluk' eten op de grond laten vallen of teveel zout ergens opgooien, om er zo onderuit te komen dat je het moest opeten, en het leek alsof je wél gegeten had. Ik kende het wel van tv of uit artikelen over anorexia. Vroeger gebruikte ik ook weleens van die trucjes (eigenlijk ook maar zelden, want meestal durfde ik het niet) maar nu kookte ik al jaren zelf en had ik zelf de keuze over wat ik at. Trucjes had ik dus allang niet meer nodig. Uiteten ging ik ook allang niet meer en anders had ik altijd nog zelf de keuze en koos ik voor het minst ongezonde gerecht. De manier waarop ik de pepernoten onopvallend had verstopt vond ik best creatief. Maar had ik dit nou écht gedaan? Had ik écht eten verstopt en gelogen tegen de therapeut? Vol ongeloof en verwarring over mezelf liep ik naar de volgende therapie. Dit was dus eetgestoord gedrag. Ik had het écht gedaan.
"Ik voelde me gestoord, eetgestoord... Ik had écht een eetstoornis."
Klik hieronder om verder te lezen: