Dagboek eetstoorniskliniek


Tijdens mijn opname in de eetstoorniskliniek probeerde ik iedere dag te schrijven. Deze 'verslagen' liet ik aan vrienden en familie lezen, omdat praten en nadenken steeds zwaarder werd. 

Ik heb niets veranderd. Ik heb het precies zo overgenomen als hoe ik het toen allemaal geschreven heb. (Kunnen dus wat foutjes in staan.) Soms schreef ik direct na een maaltijd, maar vaak ook pas de dag erna of helemaal niet. Hierdoor kan het misschien soms wat onduidelijk zijn. Maar ik beschreef mijn gedachten en gevoel, voor zover die er waren. En die veranderde niet. Na een paar dagen lukte het helemaal niet meer om te schrijven. 

Dit is kwetsbaar, maar waardevol: uit de ogen van een patiënt. 


 Dinsdag 4 november 2025: opnamedag eetkliniek

Ik had de weken voor de opname een paar keer mijn onwetendheid geuit en als voorbeeld de vraag gesteld: ''Ze kunnen je toch niet vanaf de eerste dag meteen een bord boerenkool voorschotelen, als je van 0 komt? Ze kunnen toch niet van je verwachten dat je een hele maaltijd naar binnen werkt als je je niet eens kan herinneren wanneer je dat voor het laatst gedaan hebt?'' In de gesprekken voor de opname werd ik gerust gesteld met dat het eten opgebouwd zou gaan worden aan de hand van eetlijsten. Je kon niet gedwongen worden met een mes op je keel om je bord leeg te eten, maar het was wél de bedoeling en het streven dat je je aan de regels van de kliniek hield. En dus ook je bord leeg at.


Dag 1: dinsdag 4 november (opname)


De eerste maaltijd in de kliniek:

3 keer raden wat er gekookt werd: boerenkool... Hoe toevallig? Maar dan wel op een fancy manier met zoete aardappel, witte bonen en tempeh, of zoiets.

Ik had een eetlijst gekregen. De laagste van de laagste, de 'refeedinglijst'. Hier stond bij de avondmaaltijd: 1 portie aardappels of opscheplepels vervanging, 1 portie groente, 1 portie vlees, vis kip of vervanging, 1 portie jus of saus, 1 glas water. Ik lees overal portie dit, portie dat, maar wat is 'een portie?'

De borden werden in de keuken opgeschept door de verpleging en ik kreeg een vol bord boerenkool voor mijn neus. Mijn bord was net zo vol als die van de andere patiënten. En waar waren nou die 'porties?' Ik voelde paniek en ik vroeg voorzichtig: "Is dit refeeding?'' Als antwoord kreeg ik terug dat dit een gewone maaltijd was.

Ja, oke, dat geloof ik, maar ik heb dezelfde hoeveelheid als andere, een enorme berg. Hoe willen ze dat ik dit ga doen? En hoe zie ik nu wat de porties zijn dan? En wat zit er allemaal in?

Ik wist niet waar ik moest beginnen en ik vond het een valse start. Ondanks dat ik het een beetje flauw vond dat ik voor mijn gevoel gelijk in het diepe werd gegooid, probeerde ik iets te vinden op mijn bord wat ik aan mijn vork kon prikken en durfde te eten. Het duurde niet lang voor de tranen kwamen, maar ik wilde doorgaan. Ik probeerde de tranen in te slikken en ik bleef strak naar mijn bord kijken. Ik schaamde me nu al dood. Ik wilde niet meteen al op dag 1 de indruk geven dat ik mijn best niet wilde doen. Want dat wilde ik wel! Maar na een paar kleine happen en een paar slokken water protesteerde mijn lichaam en kwam wat ik naar binnen had gekregen alweer naar boven. Ik durfde amper meer adem te halen. Ik prikte hier en daar wat in de berg eten op mijn bord, waarvan je eigenlijk niet eens kon zien dat er van gegeten was. Af en toe nam ik heel voorzichtig een minihapje maar elke hap leek er een te veel en zorgde er voor dat het steeds makkelijker omhoog kwam. Ik wilde niet dat het eruit kwam, maar ik wilde óók mijn best blijven doen en meer van de enorme oranje met groene berg eten. Ik vond het niet lekker, maar daar probeerde ik niet aan te denken.

Een van de regels was dat je elke maaltijd binnen 30 minuten op had, een reeëlen tijd. En blijven zitten tot je bord leeg is. Na een uur zat ik nog steeds kokhalzend aan tafel met een vol bord.

What the hell? Dit had ik zo niet bedacht? De verpleging probeerde me te motiveren om verder te gaan, maar alles wat er gezegd werd ging langs me heen. Ik had mega buikpijn en was kotsmisselijk. Mijn 'gezonde' kant wilde door, maar naast mijn zieke kant leek ook mijn lichaam te blokkeren. Er werd gevraagd wat ik voelde en wat er gebeurde, maar ik was leeg, blanco. Zélfs de zieke kant was stil. Het enige wat er door mijn hoofd ging was dat ik faalde, omdat het niet lukte om te eten. En wat ik het ergste vond, was dat ik niet begreep waarom en zó verbaast was over mezelf.

De andere patiënten waren al lang van tafel en na zo'n 1,5 uur zag de verpleging dat het, ondanks dat ik het bleef proberen, niets meer ging worden. Mijn bord werd weggehaald. Ik was helemaal gesloopt en doodmoe. Ergens voelde ik opluchting, omdat ik voor dat moment kon stoppen met het gevecht. Maar ik voelde me zó stom en schaamde me voor mezelf.

Avondtussendoortje:

Om half 9 was weer het volgende gezamenlijke eetmoment. Het avond tussendoortje. Op mijn lijst stond 1 stuk fruit en 1 Evergreen of ontbijtkoek met margarine. En thee of Decaf. Fruit ging wel lukken, maar koeken of ontbijtkoek at ik nooit. En met boter al helemaal niet. 1 Evergreen leek me het veiligst en wonder boven wonder gingen die er ook redelijk in.

Ik was zó gesloopt en overspoeld door alle emoties. Waar ik normaal gesproken bekend sta als iemand die veel praat en redelijk aanwezig is, voelde ik me nu een zielig en stil hoopje ellende. Ik zei geen woord en het voelde alsof ik in een bubbel zat. Alsof ik er niet was. Toen rond half 10 de eerste opstond om naar bed te gaan volgde ik al snel.  


Dag 2: woensdag 5 november


De eerste keer ontbijt in de kliniek:

Ik was die avond als een blok in slaap gevallen en lag de hele nacht in coma. Als je zó diep slaapt wordt je vaak wakker met het gevoel alsof je overreden bent. Nou dat dus. Enorme hoofdpijn en het voelde alsof ik een kater had. De eerste dagen had ik elke ochtend controles. Ik moest in bed blijven en om 06:30 kwam de verpleging de controles doen. Bloeddruk, saturatie, hartslag en temperatuur werden in bed gemeten en daarna mocht ik er pas uit. Nadat ik naar de wc was geweest werd ik verwacht bij de verpleging om te wegen. De eerste ochtend werd er ook bloed geprikt. Maar zelfs mijn bloedvaten leken te blokkeren en pas na 4 keer prikken kwam er bloed in de buisjes.

Op mijn eetlijst stond voor het ontbijt 1 boterham met margarine en beleg naar keuze. Ik.moest.brood.eten. Weet je hoelang het geleden is dat ik een boterham op heb? Misschien wel 10 jaar. "Mag ik niet beginnen met yoghurt ofzo?" Nee... Ik MOEST en zou brood eten. Variatie mocht pas vanaf lijst B. Geen discussie over te voeren. Ay ay sir… "En als het nou niet lukt?", vroeg ik. "Krijg ik dan niks andere te eten?" "Dat is niet de bedoeling nee." Oh nou top, vind de eetstoornis leuk! De eetstoornis sprong een gat in de lucht. Maar dat ene kleine beetje gezonde verstand wat ik nog had dacht: dit is echt belachelijk. "Oh dus als het niet lukt wat ik te eten krijg, krijg ik helemaal niks te eten?" 

Dus zonder eten naar bed. Is dit een strafkamp? 

Ik durfde het eigenlijk niet te vragen, maar ik was toch wel heel erg benieuwd: "Misschien een gekke vraag... Maar ik ben hier toch om aan te komen? Als ik nu voorstel om een stuk taart te eten i.p.v. een boterham, mag dat dan ook niet?" "Dat doe je niet.", reageerde de verpleging. "Nee, maar het zou wel kunnen." We willen dat je je aan de eetlijst houdt."

Wauw oke, is dit gek of is dit gek?

Ik at al nooit brood, laat staan met margarine. 1 boterham voor het ontbijt met beleg naar keuze. Moet lukken toch? Een boterham met een half cupje boter en kipfilet, daarvan weet ik dat ik het lust en kipfilet is een redelijk veilig product. 3/4 heb ik in weet ik het weer hoeveel tijd opgegeten, maar een aantal korstjes bleven liggen op mijn bord. Ik voelde me op zich redelijk trots, want ik had voor mijn doen meer gegeten dan ooit. Maar van een van de verpleegsters kreeg ik de reactie: ''Eet je de volgende keer ook de korstjes op...'' Weg goed humeur.. Weg trots gevoel..

De eerste lunch:

Voor de lunch moest ik 1 keer kaas en 1 keer zoet op brood. Er was (te) veel keuze aan kaas en alles wat je maar kan bedenken qua zoet beleg stond op tafel. Nu vind ik boterhammen al niets en al helemaal niet met zoet beleg. Maar goed, ik moest iets kiezen, dus jam leek me voor de eerste keer wel oké. Veel minder calorieen dan chocopasta en al die andere zoete meuk. Maar verder dan een kwart boterham die inmiddels hard was geworden omdat de jam er ingetrokken was, kwam ik niet. En ook de boterham met kaas bleef achter op mijn bord.

Avondeten:

De verpleging had de avond ervoor voor de grap geroepen: "Als we morgen maar niet weer stamppot krijgen!'' Toen we hoorde dat er andijvie gekookt werd, schaamde ze zich dood. Dit keer zou het wel op de traditionele manier zijn, dus gestampte aardappels met andijvie erdoor en (vega) gehaktballen. Omdat mijn joker varkensvlees is en de normale gehaktballen van varken waren, kreeg ik 5 mini vega gehaktballen en vega spekjes door m'n berg andijvie. Ook nu weer zat ik de groene stukjes andijvie uit de berg te vissen om deze op te eten en de rest van de 1,5 uur roerde en prikte ik wat op mijn bord. 4 van de 5 vega balletjes had ik wel heel voorzichtig met babyhapjes opgegeten. Maar meer dan dat werd het ook niet.  


Dag 3: donderdag 6 november

Ontbijt:

Ik dacht laat ik iets anders qua zoet beleg proberen, misschien lukt dat beter dan die plakkerige jam van gister. Hagelslag, vlokken of al het andere wat je moet strooien vond ik te eng, pindakaas stond bekend om de hoeveelheid calorieen, maar appelstroop wilde ik wel proberen. Lekker vond ik het niet, maar ja, ik vond sowieso qua zoet beleg niets lekker. Vol goede moed smeerde ik appelstroop over de laag boter op mijn boterham. Tot 4 keer toe kreeg ik te horen dat er wel wat meer bij mocht. Dus smeerde ik door tot de verpleging zei dat het goed was. Maar wederom, verder dan een halve boterham met plakkerige mierzoete appelstroop kwam ik niet, de andere helft had ik verminkt met een vork en de andere boterham die ik eigenlijk ook nog moest, zat nog in de zak.

Avondeten:

Tray-bake met courgette, paprika, kikkererwten, zoete aardappel en feta. Van de groente wist ik dat ik het lustte en dat dit wel eens zou kunnen lukken. Maar toen ik de hoeveelheid op mijn bord zag zakte de moed alweer naar mijn tenen. Daarbij wist ik ook niet of er olie overheen gegoten was, waardoor de angst om de vele calorieen behoorlijk toenam.

Ik was bang dat als dit wél lukte om op te eten, ik een vol gevoel zou hebben. Dat ik zou voelen aan mijn lichaam dat ik gegeten had en dat gevoel was vreselijk. Ik zou zichbaar opgeblazen zijn en mijn hoofd zou tekeer gaan. De angst om dóór te slaan was enorm, waardoor ik eigenlijk al niet eens durfte te beginnen.


Dag 4: vrijdag 7 november

Gister eind van de middag had ik een gesprek met de arts, omdat het eten zó beroerd gaat. Hoe hard ik ook mijn best doe elke keer, weer lukt het niet, faal ik weer en ben ik wéér boos op mezelf. Een van de verpleegsters zat bij het gesprek, om te kijken wat we konden doen om het wél te laten lukken. Want zelfs de refeedinglijst, leek dus al te veel. Ik zei dat het écht niet aan de verpleging lag, want zij doen zó hun best en blijven vragen en dingen bedenken waardoor het wél zou kunnen lukken. Maar wat de reden was dat het niet lukte? Schiet mij maar lek...

Eigenlijk kon er dus ook niets van de lijst af, maar om toch het gevoel te krijgen dat ik kleine stapjes zetten, wat misschien helpend kon zijn, werden de hoofdmaaltijden gehalveerd. I.p.v. 1 boterham bij het ontbijt, werd het nu een halve. De lunch werd 1 boterham i.p.v. 2 en voor het avondeten was het doel een halve portie. In de hoop natuurlijk dat er als nog meer zou lukken. De 3 tussendoortjes bleven hetzelfde.

Ontbijt:

Als ontbijt mocht ik vandaag dus een halve boterham met dus ook half beleg, 1 plakje kipfilet. Dit ging, ondanks dat het als nog als 'te veel' voelde. Want het glas zuivel wat ik ook moest drinken lukte dan weer niet.

Als ochtend tussendoortje moest ik 1 Evergreen. Ik heb er 30 minuten over gedaan en voelde me vreselijk dat ik het had opgegeten. Dit speelde misschien ook weer mee waarom de lunch weer niet lukte. Want de lunch was wederom wéér ellende.

Lunch:

1 boterham met boter en kaas moest ik. Variëren in beleg lukt me wel. Ik had al een keer komijnekaas geprobeerd afgelopen dagen en een keer jonge kaas. In de hoop dat ander beleg misschien positief zou werken. Maar het maakte blijkbaar niet uit wat ik voor beleg pakte, het was niet gelukt. Nu dacht ik laat ik geitenkaas proberen, dat heb ik überhaupt nog nooit op een boterham gegeten. 1 boterham was het doel. Maar ik kwam niet verder dan een halve, ondanks dat ik het wél gewoon lekker vond. Wéér schaamde ik me dood en wilde ik door de grond zakken. Ik WIL het opeten, hoe moeilijk kan het zijn?! Ik moest ook nog een glas melk, wat ik ondanks de tegenzin, wel opdronk.

Misschien lukte het weer niet omdat ik ook vanmorgen dat hele koekje op had? Waar ik me ook slecht over voelde. En ik weet niet wat we vanavond als avondeten krijgen...

Ik snap niet wat de reden is waarom ik blokkeer. Want per eetmoment probeer ik alleen bezig te zijn met dát moment. En dus niet met wat ik eerder heb gegeten of later nog moet eten. Al weet ik wel dat het gevoel van opstapeling meespeelt.

Avondeten:

Groene curry of zoiets moest het voorstellen wat we kregen. Ik kreeg een bord voor me met een halve portie, vergeleken met de rest. ''Dat is niet zo veel", dacht ik. ''Dat moet wel lukken.'' Ik zag een laagje witte rijst in kokosmelk onder op mijn bord met daarop wat stukjes courgette, gehalveerde tomaatjes, stukken ui en 3 stukjes kipfilet. Groente, dat moet wel lukken en die stukjes kip ook wel. Het was al een halve portie, maar als nog was de strijd enorm. Elke hap leek er wéér een teveel. "Het is maar groente, kom op zeg'', bleef ik mezelf toespreken. Na dik een uur had ik in totaal zo'n 5 tomaatjes en een paar stukjes courgette op. En de kip! De laag rijst met inmiddels erdoorheen geroerde ui lag er nog en ik wist ook dat die er zou blijven liggen...


Dag 5: zaterdag 8 november

Ontbijt:

Volgens de 'opbouwlijst voor de opbouwlijst' zou ik voor ontbijt 3 kwart boterham met beleg naar keuze moeten. Gister was het een halve voor ontbijt, de 2e dag dus 3 kwart en zondag zou ik dan volgens de lijst op 1 hele boterham zitten, wat op de 'normale' opbouwlijst staat.

De normale kipfilet was op en voor de rest was er alleen kaas of een enorme hoeveelheid keuze aan zoet beleg. Wel waren er vega vleeswaren, dus ik vroeg of ik dat mocht. Van de ene verpleging mochten sommige dingen namelijk wel en van de andere weer niet, was ik achter gekomen. Een beetje verwarrend soms, maar goed. Ik mocht nu in ieder geval de vega kipfilet. Nog nooit gegeten, maar was nog best lekker. Maar ondanks dat het prima te eten was, kwam ik wéér niet verder dan een halve boterham en het glas zuivel wat ik moest.

Lunch:

In het weekend is het ontbijt een halfuur later, dus om 08:30 i.p.v. 08:00. Helemaal prima, maar hierdoor zijn de eetmomenten dus ook dichter op elkaar. Zeker als je (of eigenlijk alleen ik...) ook nog eens 1,5 uur aan tafel zit. Want om 10:30 was alweer het ochtendtussendoortje. De tussendoortjes doen we wel gewoon met een kop thee of koffie op de bank en gaan tot nu toe wel oké. Maar om 12:30 was het natuurlijk weer lunchtijd.

1,5 boterham met 1 keer kaas en 1 keer zoet was het doel volgens mij lijst. Maar wat vervelend, alle kaas was op en er was nog geen nieuwe geleverd. Ik dacht ik begin met een boterham met kaas, maar dat kon dus niet. Bij 'hoge uitzondering' mocht ik iets anders kiezen. Sandwichspread is een soort gepureerde groente, toch? Há, heb ik toch mooi weer wat calorieën bespaart. Mijn keuze bevorderde alleen niet het opeten ervan, want dit was zo vies.  

In het weekend worden de 3 units samengevoegd tijdens de eetmomenten, omdat bijna iedereen met weekendverlof gaat en er dan niet veel patiënten op de afdeling zijn. Op elke unit staat dan 1 verpleegster i.p.v. 2 zoals doordeweeks. We zaten nu dus met de lunch met 3 patiënten, waaronder ik en 3 van de verpleging. Allemaal heel lief en fijn om mee te kletsen.

Op het moment dat ik wéér vast liep en blokkeerde tijdens het gevecht met mijn boterham, schaamde ik me dood. ''Wat zou je kunnen helpen?'' vroeg de verpleegster naast me. Iets te hard, maar zo zacht mogelijk riep ik in tranen: ''God damn, schiet me maar neer.'' Half huilend en half lachend zei ik: ''Het is toch niet te geloven, ik zit hier met fucking 3 man verpleging om me heen, dat zou toch moeten werken?!'' ''Voel je je dan extra in de gaten gehouden?'', vroeg ze? ''Nee, het zou juist moeten helpen en motiveren...'' Want ik vond het ook echt fijne en lieve dames. Maar ook dát leek niets uit te maken om een boterham naar binnen te kunnen werken.

Er zat een meisje van 14 naast me van de andere unit. Heel stil deed ze haar best om 2 belegde boterhammen en 1 cracker op te eten. Met hulp en steun van de verpleging ook. Het duurde lang, maar haar bord ging wel leeg! ''Kijk, jij bent goed bezig!'', zei ik tegen haar. Ze glimlachte verlegen en pakte haar spullen op om naar de keuken te brengen. Ik bleef achter aan tafel met de verpleegster die naast mij zat. Ik begon weer te janken en zei: ''Het is toch onbegrijpelijk... Ik schaam me dood, ik zou een voorbeeld moeten zijn voor dat kind!'' En zo voelde het ook. Ik zat daar als een jankende baby met een inmiddels verminkte boterham voor m'n neus en een meisje van amper 14 jaar lukt het wel...

Avondeten:

Noodles met wokgroenten en vega kipstukjes werd er gekookt. Ik was de hele tijd in de woonkamer en was aan het kletsen terwijl de verpleging aan het koken was. Het rook lekker en ik zag een berg met zakken wokgroenten liggen. Dus ik dacht al: ''Yes, veel groente, goede hoop!'' De borden werden in de keuken opgeschept door de verpleging en wij konden gaan zitten. Ik kreeg een bord voor me met drie kwart van een normale portie. Waar is al die groente die ik zag liggen? En waar is de vega kip? Ik zag alleen maar noodles op mijn bord met hier en daar een groen stukje. De vega kip moest ik letterlijk zoeken tussen de noodles. Voor de grap heb ik ze geteld, 5 waren het er. Het lukte om ze op te eten en verder heb ik weer zo'n 1,5 uur gedaan over de paar groene stukjes en 3 reepjes wortel die ik vakkundig tussen de noodles uit viste. Af en toe ging er een noodle mee, maar ook deze zullen na te tellen zijn. Hetgeen wát ik at was gewoon lekker, daar ligt het ook steeds niet aan.

Weer werd er gevraagd wat er in mijn hoofd omging en wat er gebeurde. Maar verder dan hetzelfde als wat ik élke keer weer benoem, kom ik nog steeds niet. De verpleging blijft het gesprek aangaan... Het is gewoon gênant.


Hierna ben ik gestopt met schrijven. En niet heel veel later ging ik naar huis.

Klik hieronder als je meer wilt lezen over mijn tijd in de eetkliniek:

Share