1. Opgenomen in de eetstoorniskliniek
2025

Het LES-traject
Ik was aangemeld voor klinische opname bij de eetstoorniskliniek waar ik in 2019 voor het eerst in behandeling was voor boulimia. Voordat ik opgenomen werd in de kliniek had ik een intakegesprek op de poli voor ambulante behandeling. Dit zou voortgezet worden zodra ik met ontslag ging.
Tijdens de ambulante behandeling zou ik het LES-traject gaan volgen (Lonterm Eating Disorder) Deze behandeling richt zich niet op het echt herstellen van de eetstoornis, maar kijkt juist breder mee op alle levensgebieden náást de eetstoornis. Kwaliteit van leven staat voorop. Er wordt gekeken naar de invloed van de eetstoornis op elk gebied en hoe dat zo leefbaar mogelijk gemaakt kan worden. Tijdens dit traject streef je naar verbetering en zo goed mogelijk. Niet naar definitief herstel.
4 november 2025: klinische opname
Ik had voordat ik werd opgenomen geen verwachtingen. Expres niet. Ik ging er niet vanuit dat ik het makkelijk zou krijgen en ik kon niet van mezelf verwachten dat het meteen goed zou gaan. Dat zou ook niet reëel zijn geweest. Maar dat het vanaf de éérste dag al meteen drama zou zijn, en het vanaf het eerste eetmoment zó enorm veel strijd zou kosten, had ik never nooit verwacht.
Ik kon me voorafgaand aan de opname zelf ook niets voorstellen bij hoe het zou gaan. Ik had geen idee van wat me te wachten stond. Ik wist alleen dat de opname 6 weken zou duren. Ik was doodsbang, maar 'gelukkig', in dit geval, was mijn brein al zo ver aangetast, dat ik ook zo goed als geen emoties meer voelde. Ik was helemaal leeg en het enige wat ik dacht was: ik zie het allemaal wel.

Het opnamegesprek
De dag dat ik opgenomen werd had ik eerst het opnamegesprek. Hierin werd besproken wat het doel van de opname zou zijn. Ik moest aankomen. Dat wist ik, maar ik wilde het niet horen. Als daar de nadruk op gelegd zou worden, als ik zou moeten eten om aan te komen, dan werd het alleen maar nog moeilijker. Ik had geen motivatie, want ik had geen gevoel meer. Het enige wat ik kon bedenken was: "ik wil niet dood, voor mijn ouders". Ik kon het benoemen, maar ik voelde er niets bij. Ik was een emotieloze robot. Er drong niets meer door en niks leek me te boeien. Ook wilde ze van me horen wat ik wilde bereiken, naast het aankomen. Meerdere keren heb ik gezegd dat ik weet dat dat gevolg gaat zijn van, maar dat ik daar niet aan wilde denken. Ik had het inmiddels ver achter in mijn hoofd geparkeerd. Ik wilde LEREN eten. Ik wilde dat het normaal voelde om te eten. Ik wilde normaal met eten om kunnen gaan, net als iedereen. Zonder gedachten en zonder gedoe. Ik wilde leuke dingen doen, zonder te hoeven stressen over het eten. Ik wilde leren mezelf en mijn lichaam te accepteren en oké te zijn met goed genoeg i.p.v. perfect.
Bij het opnamegesprek zat de regiebehandelaar, arts en een stagiaire. Althans, dat dacht ik. Maar die meid van 24 bleek mijn verpleegkundige te zijn en bracht mij na het opnamegesprek naar mijn kamer. Ik vond het beschamend, maar vooral verwarrend. Die meid is 24 en moet mij gaan vertellen hoe ik moet eten? Dat voelt redelijk gênant. Maar goed, ik had geen keuze.
Na het emotionele afscheid met mijn ouders en zus mocht ik meelopen naar de unit.

"Ik wilde leren mezelf en mijn lichaam te accepteren en oké te zijn met goed genoeg i.p.v. perfect."

De eerste dag in de kliniek
Unit 3 zat ik, voor volwassenen die al langere tijd een eetstoornis hebben en/of al vaker in opname zijn geweest. De ervaren eetgestoorde dus. Unit 1 was t/m 18 jaar en unit 2 voor volwassenen die nog maar kort bekend zijn in eetstoornisland. Er waren 3 woonkamers met keuken. Elke unit had zijn eigen woonkamer en 2 gangen met de patiëntenkamers. In het midden had je de verpleegpost waar je van alle kanten naar binnen kon kijken door de ramen. Het leek meer een uitkijkpost.
De stagiare aka. mijn verpleegkundige, liep met me mee en liet me mijn kamer zien. Een ruime kamer met een bed, wastafel, bureau en kledingkast. Niveau van sfeer en gezelligheid: -25. Zit ik in een gevangenis ofzo? Echt waar, die kamer paste precies bij hoe ik mij voelde. Leeg. En als ik nog geen grafstemming had, dan had ik die nu wel gekregen.
Het was etenstijd en dus mijn eerste gezamelijke moment met de groep. Ik moest aan een lange gedekte tafel gaan zitten, met 4 andere meiden en 2 verpleegkundige. Zo enthousiast en sociaal als ik normaalgesproken ben, zo'n dood vogeltje was ik nu. Ik probeerde nog enigsinds mijn gezelligheidsmasker op te zetten, maar aan de gezichten van de anderen te zien, had niemand daar zin in. Van 2 meiden kon er nog een "hallo" vanaf en de rest had een kop als een baksteen. Oke dan, alsof het eten nog niet moeilijk genoeg was, hoefde ik daar dus ook niets van te verwachten. Iedereen had een vaste plek aan tafel dus ik ging als laatste, helemaal aan het einde van de tafel zitten. Prima plek, dan heb ik zo min mogelijk last van de anderen. Maar wat een eer… De stagiaire ging recht tegenover mij zitten. Top! Door de manier waarop ze tot nu toe tegen me gepraat had, liet ze duidelijk merken dat ZIJ de verpleegkundige was en IK de patiënt. Of hoe het eigenlijk klonk: zij was de BAAS en ik een soort onderdaan. Maar ik voelde me eerder een crimineel die opgesloten werd i.p.v. een patiënt die ziek was...
Verplicht huiskameruur

De eerste 2 weken van je opname had je verplicht huiskameruur. Dat betekend dat je als nieuwe patiënt ná elke hoofdmaaltijd verplicht een uur in zicht van de verpleging moet zijn. Dit is om te voorkomen dat meiden na het eten op welke manier dan ook gaan compenseren. Prima, begrijpelijk ook. Maar niet op mij van toepassing. Want ik at al bijna niets en van hetgeen wat ik wél binnenkreeg wist ik dat ik niet aankwam. Zo realistisch was ik nog wel. Dus ik zou de moeite niet eens doen om te compenseren. Sterker nog, ik (mijn enigszins nog gezonde kant dan) was trots als het me gelukt was om een paar happen te eten. Merendeel van de tijd moest ik zelfs mijn best doen om het binnen te houden. Mijn lichaam was geen eten meer gewend en dus kwam het vanzelf al weer terug omhoog. Heel naar kan ik je vertellen, want zelfs na een paar slokken drinken protesteerde mijn lichaam al dat het daar niet hoorde.
Maar goed, ik had me aan de regels te houden en dus zat ik 3 uur per dag verplicht in de woonkamer, samen met een van de andere meiden, die een week eerder was opgenomen. Om het nog spannender te maken, voor elke hoofdmaaltijd kregen we 30 minuten. Had je het binnen die tijd niet op, moest je gewoon blijven zitten tot het op was, terwijl de rest van de groep door ging met het toetje. Wanneer iedereen klaar was werd de tafel opgeruimd en ging ieder zijn eigen weg. Maar zo goed als het bij mij ging, zat ik élk eetmoment gemiddeld 2,5 uur aan tafel. En daar bovenop kwam nog het huiskameruur, want die ging pas in op het moment dat je je bord leeg had. (Mijn bord ging alleen nooit leeg, maar volgens mij wist de verpleging ook niet wat ze anders moesten.) Ik voelde me echt een kleuter.
Ik heb alle houtnerfjes in de tafel wel geteld. 1294 waren het er. Soms pakte ik wel eens mijn schildersspullen erbij, maar na de eetmomenten had ik daar eigenlijk helemaal geen zin meer in. Elke maaltijd voelde alsof ik moest vechten tegen een draak. Hij vuur spuwend en zo groot als een flatgebouw en ik met een bot keukenmes. Ik was helemaal leeg gehuild en niets meer waard na het eten.

Om even een beeld te schetsen van een gemiddelde dag
De ochtend:
Het leukste van de dag waren élke ochtend om 06:30 de strenge controles in bed, en daarna het wegen. De eerste week van de opname moest ik 's ochtends in bed blijven tot dat de verpleging was geweest om mijn bloeddruk, saturatie, hartslag en temperatuur te meten. Daarna moest ik voor 07:00 naar de wc zijn geweest en werd ik verwacht in de weegkamer om in ondergoed gewogen te worden.
Om 08:00 werd iedereen verwacht voor het ontbijt. Bij elk eetmoment zaten 2 verpleegkundige die ook mee aten. Om 08:30 was iedereen klaar en verplaatste naar de zithoek om de dag voor te bespreken. Ik bleef aan tafel zitten tot een uur of 09:30, met als eindstand een boterham waarvan 2 happen waren genomen. De verpleging had ook wel door dat het niet meer ging lukken. Vanaf 09:30 ging mijn huiskameruur in en om 10:30 was het alweer tijd voor het tweede eetmoment. Het ochtendtussendoortje.

De middag:
Ik had een rooster gekregen met daarop per dag de therapie-onderdelen. Het zei me allemaal niets dus kon ik er ook niet van zeggen dat ik er zin in had. Ik kon wél zeggen dat ik er géén zin in had. Maar goed, ik was er nu toch, dus laat ik me dan maar als een brave brugpieper aan mijn rooster houden, dacht ik. Ik had toch niks beters te doen. Naast de 6 gezamenlijke eetmomenten, waarvan 3 hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes stonden er nog meer onderdelen op het rooster. O.a. creatieve therapie, PMT (psychomotorische therapie) en psycho-educatie.
Doordat ik merendeel van de dag aan de eettafel doorbracht met een vol bord eten voor mijn neus of een hard geworden boterham, in de hoop dat hij vanzelf weg zou lopen, ben ik precies bij één heel uur therapie geweest in al die tijd dat ik in de kliniek was. Dat was crea en opzich nog best leuk. PMT mocht ik niet meedoen vanwege mijn te lage gewicht.
Na de tussendoortjes was er gelukkig geen verplicht huiskameruur en dus kon ik eindelijk even weg uit die muffe woonkamer. Van 13:00 tot 13:30 was het lunchtijd en wat er in de ochtend gebeurde, herhaalde zich in de middag. Uit schaamte bleef ik met mijn verminkte boterham, die ik inmiddels vakkundig in 30 stukjes had gesneden, aan tafel zitten, totdat de verpleging kwam zeggen dat het zo wel goed was.
Als er na de lunch therapie was, mocht ik, i.p.v. verplicht in de huiskamer, daarheen. Maar omdat ik zó lang aan tafel moest blijven zitten, was de therapie altijd al bijna afgelopen. Soms was ik er een kwartiertje bij, maar daarna was het om 15:30 alweer tijd voor het middagtussendoortje in de woonkamer.
Als er na de lunch géén therapie was, moest ik dus in de woonkamer blijven, maar gezelligheid was veeeeer te zoeken. De huiskamer zelf straalde al niets uit, het was donker, omdat er maar weinig daglicht binnenkwam door de kleine ramen, en de rest van mijn groepsgenoten vertrokken na de maaltijden naar hun kamer. De andere patiënt die een week eerder was opgenomen, ging een beetje de keuken schoonmaken en wat tijdschriften opruimen, terwijl ik helemaal opgebrand en uitgeput aan tafel bleef zitten. Onbewogen en met opgezwollen rode ogen voor me uit starend. Elke dag, na elke hoofdmaaltijd.

De avond:
18:00 was het avondeten. Rond 18:45 was iedereen klaar en waren de toetjes op. (Ik had geluk dat ik nog geen toetje hoefde te eten, anders kwam er nóg een uur bovenop.) De andere meiden hadden de tafel allang afgeruimd en ieder had zijn corvee taken gedaan. Ik had geen corvee. Ik mocht geen taken doen i.v.m. mijn lichamelijke gesteldheid. De keren dat ik vanuit automatisme mijn kopje naar de keuken bracht en in de vaatwasser wilde zetten werd ik teruggeroepen. Ik moest hem OP de vaatwasser zetten... De keren dat ik even een doekje over het aanrecht wilde halen, werd ik erop aangesproken. Ehm, sorry dat ik zo goed ben opgevoed...
Dus ik zat daar, zoals altijd tot een uur of 20:00 wortel te schieten. Met een bord droge noedels voor me, waar ik zorgvuldig de stukjes groente uit had gevist. Een berg aardappels die me wanhopig aan bleef staren. Of een bord vol slappe, zoutloze friet van zoete aardappel. Zelfs iemand zonder eetstoornis zou dat niet waarderen. Huiskameruur er achteraan en om 21:00 het laatste tussendoortje van de dag. Vanaf 21:00 zaten we dus met de hele club en 2 verpleegkundige in de woonkamer in de zithoek. Tijdens het tussendoortje werd de dag besproken en bleef iedereen daarna zitten voor de tv. Ik zit de hele dag al in de woonkamer, mag ik niet weg? Maar ik durfde het niet te vragen.
"Ik had geen corvee. Ik mocht geen taken doen i.v.m. mijn lichamelijke gesteldheid."

Vrije tijd
Tussen de eetmomenten en therapieën door hadden we vrije tijd. Normaal gesproken dan. Mijn 'vrije tijd' bracht ik voornamelijk door aan de eettafel. De meeste patiënten waren op hun kamer. Maar ik kan dat niet. Ik voel me dan zo opgesloten. Plus, ik houd er niet van om te lang alleen te zijn. Ik zat dus sowieso liever in een gemeenschappelijke ruimte, in de hoop dat er iets van leven of in ieder geval geluid om mee heen was. Maar het kromme is dat als je iets verplicht moet, (huiskameruur) je het niet wilt. Al helemaal niet als je je zó ellendig voelt natuurlijk. Zodra je er zelf voor kiest is het altijd minder erg.
Ik kon me af en toe best vermaken in dit 'gesticht'. Dan zat ik, merendeel van de tijd als nog alleen, aan de eettafel te schrijven of schilderen. Of ik deed in ieder geval een poging. Ik mocht ook naar buiten. Maar maximaal 2 keer 15 minuten. Ik ben precies één keer buiten geweest in die tijd. Het was november en behoorlijk koud. Ik had geen zin om 10 lagen kleding aan te doen voor die 2 rondjes die ik zou mogen lopen. Ik liep wel eens een rondje door de kliniek, maar als ik verpleging tegen kwam voelde het alsof ik betrapt werd. Meerdere keren werd er dan gezegd dat ik nu wel weer moest gaan zitten… En ik wist dat ze gelijk had, want mijn spaghetti benen voelde als lood. Maar ik kreeg ook, ondanks de speciale decubitus kussens, een houten kont van de hele dag zitten.
De groepssfeer in de kliniek irriteerde me. Ondanks dat ik zelf, voornamelijk tijdens de eetmomenten, ook niet altijd spraakzaam was, had ik wel altijd een positieve instelling. Tussen de eetmomenten door probeerde ik weleens een gesprek met een van mijn groepsgenoten te voeren, maar de klik was ver te zoeken. Nadat ik een keer op het matje was geroepen door de verpleging, omdat ik blijkbaar een keer iets gezegd had wat triggerend kon zijn voor de rest, (ik wist niet eens waar het ver ging) zei ik helemaal niets meer. Alleen maar uit angst om misschien wel iets verkeerds te zeggen. Ik was totaal niet mezelf.

Klik hieronder om verder te lezen: