Olééé, ik heb ADHD

 "In de GGZ noemen ze het ADHD-ongespecificeerd. Ik noem het ADHD met een gouden randje."


Allereerst: wat is ADHD?

Haha nee, grapje. Ik denk niet dat het me in dank wordt afgenomen (al helemaal niet door mijn mede-ADHD'ers) als ik hier een hele spreekbeurt ga houden over deze neurobiologische aandoening waarbij aandacht, prikkelverwerking, impulsiviteit en/of hyperactiviteit kenmerkend zijn. Ik zal het niet gaan hebben over dat ADHD in verband wordt gebracht met verschillen in de werking van neurotransmitters, zoals dopamine en noradrenaline, welke een grote rol spelen bij motivatie, concentratie en het reguleren van gedrag. Ook executieve functies als organiseren, plannen, prioriteiten stellen en werkgeheugen kunnen worden beïnvloed. Maar daar zal ik verder niet op ingaan. Wél wil ik graag nog even benadrukken dat ADHD vaak wordt geassocieerd met druk gedrag of snel afgeleid zijn, maar het is veel complexer dan dat. Want o.a. ook emotieregulatie, tijdsbesef en cognitieve flexibiliteit kunnen van grote invloed zijn op het dagelijkse leven.

Haten jullie me al? Goed dan, later meer (nee grapje!). Heel interessant al die wetenschappelijke termen, maar daarvoor zijn die mensen in witte jassen. Ik heb het liever over hoe ADHD er in het echte leven uitziet. Dat lijkt me een stuk minder saai! Maar eerst (en nu écht), hoe ik trotse eigenaar werd van dit fijne label.

Géén ADHD?

Ik ben altijd heel normaal geweest (HAHA!) Als kind was ik nooit opvallend druk en ik had ook geen zichtbare problemen met mijn concentratie, zoals we kennen van het stereotype ADHD-jongetje; dat stuiterende kind in de klas dat nooit stil zit en zijn aandacht nergens bij kan houden.

Tijdens het intaketraject voor de schematherapie, de behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen, had ik ook een diagnostisch onderzoek. Hier kwamen de borderline en dwangstoornis uit naar voren. Maar nog géén ADHD. Wel had ik hier zelf al eens over nagedacht, omdat ik wel veel symptomen herkende en klachten had die paste bij ADHD. Maar omdat ik niet 'voldeed' aan het stereotype, leek het mij sterk dat ik dat zou hebben. Ik heb het toen dus ook niet verder uit laten zoeken.

Tijdens de behandeling liep ik steeds vaker in het dagelijks leven tegen bepaalde dingen aan. Ik had veel last van alle klachten wat zich vaak uitte in frustratie. Dit was voor mij de reden om het tóch een keer ter sprake te brengen bij mijn psycholoog. Zij herkende wat ik vertelde en en het leek haar geen gekke gedachten. De week erna zat ik met mijn ouders voor weer een diagnostisch onderzoek. Om de 'stempel' ADHD te krijgen, moet je zowel in je volwassen jaren als in je kindertijd voldoen aan bepaalde symptomen volgens de DSM-5. In mijn volwassen jaren kon ik het lijstje afvinken, maar in mijn kindertijd waren er een aantal twijfelgevallen. Hiervoor moesten mijn ouders erbij zijn, omdat zij natuurlijk meer kunnen vertellen over hoe ik in mijn kindertijd was. Ik was geen druk kind. Tenminste, niet naar de buitenwereld. En ik kon me op zich best prima concentreren. In vlagen. Maar andere kenmerken waren wél overduidelijk aanwezig geweest. Ik hing er een beetje tussenin, dus de diagnose werd niet gesteld. Mijn klachten en symptomen hadden waarschijnlijk een andere oorzaak. Ik baalde, want stiekem had ik gehoopt dat ik wél ADHD zou hebben. Dat had voor mij zoveel kunnen verklaren en dan wist ik wat de oorzaak was van alles waar ik tegenaan liep. Maar ik had 'pech.'

"Als kind was ik nooit opvallend druk en ik had ook geen zichtbare problemen met mijn concentratie."

Heronderzoek

Ik was ongeveer een half jaar in behandeling. Tijdens de halfjaarlijkse evaluatie, waarbij er onderzocht werd of ik stappen maakte in de behandeling, kwam er naar voren dat ik op een aantal vlakken vooruit was gegaan. Maar er waren óók een aantal aspecten waarop ik stagneerde of zelfs achteruit was gegaan. Dit waren aspecten die konden duiden op… ADHD. Say whaaat? De symptomen waar ik last van had waren overduidelijk aanwezig en beïnvloedde zodanig mijn dagelijks leven, dat dit voor de psychiater genoeg reden was om het onderzoek te herzien.

Mijn ouders hoefde hierbij niet aanwezig te zijn. De psychiater vertelde dat er de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan werd naar ADHD bij vrouwen. Dat ADHD bij vrouwen minder snel opvalt en de diagnose dus vaak ook pas op latere leeftijd wordt gesteld. Dit komt omdat ADHD bij vrouwen en meisjes zich vaak naar binnen richt i.p.v. naar buiten (stereotype ADHD'er), en de symptomen dus minder opvallen. Daarbij zijn meisjes vaak sneller geneigd om zich aan te passen aan de omgeving en zich te gedragen naar wat er van hen verwacht wordt. Hierdoor kunnen zij makkelijk de symtomen verbloemen.

Olééé, ik heb tóch ADHD!

Ik was al een twijfelgeval, maar dit maakte wél heel veel duidelijk. Ik herkende me ook heel erg in wat hij vertelde. Door mijn moeilijke thuissituatie, pastte ik me altijd snel en makkelijk aan. Ik deed wat er van me verwacht werd en dartelde overal een beetje tussendoor.

Omdat ik eigenlijk zo goed als aan alles voldeed, er na dit heronderzoek nog meer naar voren kwam én er uit het halfjaarlijkse evaluatiegesprek was gebleken dat ik toch behoorlijk vastliep, werd tóch de diagnose ADHD gesteld. Althans, ongespecificeerde-ADHD. Deze diagnose wordt gesteld als je wél duidelijk klachten hebt, maar net niet helemaal voldoet aan alle criteria die gesteld wordt.

Hoe dan ook, ik voelde me opgelucht en dit betekende voor mij dat ik geen spoken zag. Ik dacht dat ik me aanstelde, terwijl als ik dingen las over ADHD, ik me overal in herkende.







Toch wel een spectaculaire manier om een diagnose te krijgen, toch? Maar goed, de ADHD kon ik dus ook weer toevoegen aan mijn pretpakket.

Veel mensen zien het 'label' ADHD als iets negatiefs (denk maar weer aan het stereotype; irritante stuiterende en schreeuwende jongetje). Maar ADHD heeft ook zéker positieve kanten!  Vele kenmerken vind ik zowel positief als negatief. Maar dan spreek ik puur voor mezelf. Iedereen is natuurlijk anders en loopt tegen andere dingen aan.

De positieve en negatieve kanten van mijn ADHD kun je lezen in volgende blogs (komen nog!). Daar vertel ik openhartig over de positieve kanten die ik ervaar, maar ook de mindere kanten, waar ik last van heb en die mijn leven beïnvloeden.


Share