Mijn eerste opname: een crisisopname

2025 


Wanneer er dingen voor je besloten worden en je zelf geen controle meer hebt, voel je je kleiner dan klein. Wanneer het nodig is dat je vrijheden van je worden afgepakt om tot rust te komen... Mega confronterend, maar vooral doodeng! Wetende dat het soms nodig is dat anderen voor jou keuzes maken, omdat iedereen het beste voor je wilt. 

Ik moest leren om o.a. het alleen zijn te verdragen. Het alleen zijn met mezelf. Ik moest letterlijk leren stilzitten en niets doen, zonder me intens schuldig te voelen of elke mogelijkheid aan te grijpen om maar gewoon dwangmatig door te gaan. Gevoel verdragen, behoefte toegeven en af en toe gewoon 'even niet'. Proberen niet te luisteren naar die dwangmatige stemmen en de dwanggedachten te negeren.


Dit was mijn allereerste opname ooit. Wat in tegenstelling tot wat veel mensen dachten, niet in een eetstoorniskliniek was. 

Eind 2024/begin 2025 werd ik afgewezen door een eetstoorniskliniek, omdat ik 'een te extreem' geval was. Dit kun je hier lezen. Op hun advies werd ik aangemeld bij een andere eetstoorniskliniek, waar klinische opname mogelijk was. Maar de wachttijd hiervoor zou nog maanden duren en spoed aanmeldingen deden ze niet aan. 

Naast de eetstoornis had ik heel veel last van dwang (gedachten), wat ervoor zorgde dat ik niet meer alleen kon zijn met mezelf. Dit, maar ook de wachttijd voor de klinische opname was o.a. de aanleiding dat ik in deze crisisopname terecht kwam.

In juli 2025, werd ik gebeld door de GGZ-instelling waar ik was aangemeld door mijn huidige psycholoog en psychiater, waar ik al een paar jaar ambulant in behandeling was. Ik zat al maandenlang vast in destructieve patronen en ik het lukte me zelf niet om hier uit te komen. Ook met alle hulp die ik van alle kanten kreeg, leek het alsof ik de regie over mijn eigen leven helemaal kwijt was. Ik was, naast de eetstoornis, compleet overgenomen door de dwang en de ADHD-klachten zorgde voor nog meer chaos. Waardoor het thuis niet meer leefbaar was. De wachtlijst voor de opname in de kliniek liep op tot maanden. En deze moest overbrugt worden. Fysiek bleef ik verslechteren, maar mentaal ging ik nu ook steeds meer achteruit en mijn dagen bestonden alleen nog maar uit dwang, dwanggedachten en dwangpatronen.

"Ik zat helemaal vastgeroest en was helemaal op. Ik verlangde zo erg naar rust, maar de dwang zorgde ervoor dat ik die nooit kreeg."

Het enige wat ik wilde was RUST!

3 dagen nadat ik gebeld werd door de GGZ-instelling werd ik meteen opgenomen voor een crisisopname. Hoe ikzelf de reden van opname beschreef: ik moet letterlijk vastgebonden worden in een kamertje waar ik niets anders kan dan ademen. Géén mogelijkheid om toe te geven aan de dwang of eetstoornis. Niet elke minuut van de dag hoeven door te razen of nuttig moeten zijn. 

De daadwerkelijke reden: RUST! (En 'leren op een stoel zitten' stond ook in mijn behandelplan)

De dwang vond andere uitwegen

Ik kon niet meer 'alleen zijn met mezelf'. Hier was 24/7 toezicht en in het begin leek ik hier los te komen van een aantal dwangpatronen en het constant alles moeten van mezelf. O.a. het dwangmatige schoonmaken en opruimen van mijn huis, op gebied van de eetstoornis was het iets rustiger en ook alle dwangmatigheden rondom boodschappen doen, dagelijkse planningen en bepaalde dwanghandelingen werden minder. Ik was niet thuis, dus mijn ingesleten dwangpatronen konden hier in de kliniek niet (of nauwelijks).

Wat ik alleen niet verwacht had, was dat de dwangstoornis altijd wel andere manieren zou zoeken om het mij moeilijk te maken. De dwang verschoof zich, werd erger op andere gebieden en vond ook andere uitwegen. In de kliniek groeide de dwang rondom verantwoordelijkheid, op tijd komen, perfectionisme naar de behandelaren en naar mezelf, en het constant efficiënt moeten zijn. Ook de dwanggedachten werden erger. Kortom: ik had nog steeds geen rust.

Je zou zeggen: "Maar dat is toch geen probleem? Het is juist goed om verantwoordelijk te zijn." (Net zoals bij schoonmaakdwang) Klopt! Maar als het je beperkt, je daardoor niet of minder goed functioneert in het dagelijks leven en niet anders kán, is het wél problematisch.

Er werd van alle kanten meegedacht en kreeg ik hulp. Zo werden er na de eerste week al onderdelen van mijn dagprogramma afgehaald, omdat ik, zo oververantwoordelijk als ik was, de hele dag bezig was met overal stipt op tijd zijn (lees: ruim te vroeg dus). Terwijl medepatiënten op hun dode gemakkie gerust 15 minuten later binnen kwamen wandelen. Hoe kan je dat doen?!

Elk moment vrije tijd die er was, was ik heel erg onrustig aan het wachten en hield ik elke minuut in de gaten. Even buiten wandelen kon ik niet, want stel je voor dat ik te laat terug ben. Ik kan geen tijd inschatten, ik ben tijdsblind. Ik stond altijd in de startblokken (ze noemen het ook wel de vechtmodus), wat zorgde voor een continue opgejaagd en gehaast gevoel en chronische torenhoge spanning. 

Dwangmatig oververantwoordelijk: was dit nu een crisis? 

De derde dag in de kliniek werd ik meteen keihard geconfronteerd met de reden waarom ik hier was. En ik realiseerde me ineens dat het ook maar héél erg goed was, dat ik daar was. Ik kreeg voor het eerst 'verplichte bedrust' opgelegd door de verpleging... Heel gek!

Ik had om half 10 een (te) intensief gesprek met een therapeute die ik niet kende. Ondanks dat ik hier eigenlijk géén echte therapie volgde, ging zij toch behoorlijk de diepte in. Ik snapte ook niet zo goed waarom ik überhaupt dat gesprek met haar had, maar goed. Omdat ik door alles wat ik al geleerd had bij schematherapie al veel wist, en ik daarnaast alles ook gewoon heel interessant vind, praatte ik ook gewoon veel mee. Ondanks dat ik wist dat dit eigenlijk veel te intensief was nu. Na het gesprek merkte ik pas hoe opgebrand ik was... Oh ja, dit was dus o.a. de reden dat mijn eigen schematherapie on-hold was gezet... Mijn brein kon dit niet aan.

Ik zat met het rooster in mijn hand op bed en ik was doodmoe. Het was half 11 en om 11 uur begon tuintherapie voor mijn groep, waar ik in principe gewoon heen wilde gaan. Of eigenlijk: ik MOEST daarheen, vond ik, want ik zou het niet kunnen maken natuurlijk om mij niet aan mijn rooster te houden. Terwijl ik eigenlijk helemaal geen zin had en doodmoe was. Eigenlijk wilde ik heel graag even gaan slapen. Dus ik dacht: ik ga gewoon even vragen of, en waar ik me kan afmelden voor tuintherapie. Dan meld ik me in ieder geval nog netjes af i.p.v. dat ik zomaar niet op kom dagen (wat veel van mijn groepsgenoten wél gewoon deden). 

De strijd in mijn hoofd werd steeds erger... Ik MOEST mij gewoon aan de afspraken houden, ik MOEST gewoon daarheen en ik MOEST op tijd zijn. Ik zou me zo schuldig voelen en onverantwoordelijk als ik niet ging. Of me dus in ieder geval niet even netjes had afgemeld, wat al niets voor mij was. 

Mijn kop barstte uit elkaar van de hoofdpijn. Ik wilde niet naar tuintherapie, maar ik wilde me ook niet afmelden. Ik raakte in paniek door de enorme strijd in mijn hoofd en ik wist niet meer wat ik moest doen. Ik twijfelde om naar de verpleegpost te gaan, want ik leek wel een doorgedraaide gek. Wat zouden ze wel niet van me denken? Ik had al mijn moed bij elkaar geraapt en liep luid jankend, trillend en bevend, door de gangen, om toch maar verpleging te zoeken. Niemand te vinden, dus maar weer terug naar mijn kamer. 

Het was bijna 11 uur dus ik raakte nóg meer overstuur. Shakend ging ik weer terug naar de verpleegpost waar nu inmiddels wél iemand zat. Stond ik daar als hoopje ellende die helemaal de weg kwijt was, met mijn hoofd leunend tegen de deurpost luidruchtig te huilen...

Tuintherapie was inmiddels al begonnen. Ik was aan het hyperventileren, waardoor ik niet meer uit mijn woorden kon komen. Maar de verpleger kon er uit opmaken dat ik eigenlijk graag naar die therapie wilde, omdat het moest. Maar ik niet wilde, omdat ik zo moe was en me dus netjes wilde afmelden. Maar dat ik dat eigenlijk óók niet kon maken en ik ook niet wist waar ect ect... Ik wist het zelf allemaal niet eens meer. Ik kon niet meer nadenken. Zo overstuur en in paniek als dat ik nog steeds was liet de verpleger me uitrazen en ik voelde me steeds lichter worden. Alsof er steeds meer gewicht van me afviel.

Toen ik klaar was en een beetje was gekalmeerd vroeg de verpleger rustig: ''wat zou nu het beste voor je zijn, denk je?'' ''Slapen...'' zei ik huilend als een klein kind, terwijl ik stond te trillen op mijn benen. ''Oke, dan wil ik dat je nu naar je kamer gaat en op bed gaat liggen. Ik regel het met tuintherapie en over een uurtje kom ik even checken hoe het gaat", zei hij. ''Huh, naar mijn kamer? Op bed gaan liggen, nu?'' vroeg ik verbaast. ''Ja, verplichte bedrust'' zei hij streng, maar lief. ''En dan..? Wat moet ik dan gaan doen..?'' Zei hij dit echt? Ik was helemaal in de war. ''Helemaal niets, rusten'' kreeg ik als laatste antwoord terwijl hij me richting de trap naar boven bonjourde.

Dit was zó gek allemaal! Ik herkende mezelf niet meer. Ik had écht het idee dat ik helemaal doorgedraaid was. Als ik alleen thuis was geweest was ik een en al coping geweest natuurlijk en was ik weggevlucht in destructief gedrag, maar dat kon hier in de kliniek niet.

Was dit nu een een crisis? Het voelde alsof ik doodging omdat ik geen lucht meer kreeg. Ik voelde me zo'n kleuter, want waar ging het nu allemaal over? Ik wilde alleen even vragen waar ik me kon afmelden. Dat is toch best normaal? Waarom doe ik dan zo achterlijk en raak ik helemaal overstuur?

Later in gesprek met de verpleging leerde ik dat de tuintherapie niet de oorzaak was van alle paniek en spanning, maar dat het veel dieper ging dan dat. Wat er meespeelde was angst, onzekerheid, perfectionisme. Bang om niet goed genoeg te zijn en bang om te falen. Ik kon niet wegvluchten van mijn emoties, maar ik wist ook niet hoe ik ermee om moest gaan. Dit alles was confronterend, maar ook een enorme les. 

"Ik kon niet wegvluchten van mijn emoties, maar ik wist ook niet hoe ik ermee om moest gaan."

3 weken was ik opgenomen

Ik was letterlijk uit mijn eigen omgeving geplukt en naar een rustige en veilige omgeving gebracht. Een plek waar ik niet 'alleen was met mijzelf'. Het doel van de opname was RUST. Fysiek én mentaal. Ik kreeg tijdens deze opname geen echte behandeling, omdat dit maar een tijdelijke oplossing was. Om even op adem te komen. Maar wel met goede begeleiding en vele gesprekken.

Maar ondanks dat ik geen echte behandeling kreeg, leerde ik wel veel en vooral over mezelf. Ik leerde (of eigenlijk werd ik keihard geconfronteerd) met hoe moe ik eigenlijk was. Hoe erg ik mezelf al maanden (of eigenlijk jarenlang) uitputte. Hoe belangrijk RUST is en dat 'niets doen' geen misdaad is. Ook al voelt dat wel zo. 

Hier werd ik letterlijk stil gezet en ik deed keihard mijn best om te leren stilzitten. (Hierdoor wel leuke nieuwe hobby's gevonden). Hier kwam ik erachter dat ik zó graag dingen wilde doen, maar het gewoon niet lukte als ik alleen was. Als ik alleen was werd ik té snel afgeleid en reageerde ik op álle prikkels om mij heen. Dan ergerde ik me weer aan mezelf en verviel ik weer in destructief gedrag. Tijdens de creatieve uren in een apart crealokaal, merkte ik dat als er mensen om mij heen waren, het wél lukte. Dan kon ik blijven zitten. Dan voelde het alsof ik 'in de gaten gehouden werd' en kon ik me beter focussen. En ook dat was weer gek. Regelmatig zei ik: "Hoe achterlijk is het, ik moet gewoon onder toezicht zijn om iets (leuks) te kunnen doen". Mijn creatieve kant kwam steeds meer naar boven en mijn passie voor schilderen groeide. 

 Tijdens deze opname werd ik gebeld door de eetstoorniskliniek om een intakegesprek te plannen voor klinische opname. Alsof mijn hoofd nog geen chaos genoeg was, kon dat er ook nog wel bij. Het was al een spannende tijd en ik ging alleen nog maar meer spannende tijden tegemoet. 

Share